Ghana gidsland in Afrika
Vlag
Samenleving
Beter af dan de rest van Afrika
Gezondheidszorg
Ongelijk onderwijs
Een Ghanese volksaard?
Muziek en dans
Cultureel gidsland?
Traditioneel geloof basis van bestaan

Ghana gidsland in Afrika

Jaren van politieke stabiliteit en economische groei werpen in het Ghana van nu hun vruchten af. Het land gaat volledig op de schop. De files in Accra worden aangepakt en overal in het land wordt in de verouderde infrastructuur geïnvesteerd. De verwaarloosde  spoorwegen komen weer tot leven en de chaos van particuliere busjes wordt aangepakt. Ondertussen laten de Ghanezen hun humeur niet bederven door de vele werkzaamheden. ‘Morgen wordt alles beter!’, is het motto van de altijd optimistische Ghanees.

 

Die levenshouding draagt sterk bij aan het beeld van vrolijke chaos, dat de bezoeker aan Ghana als eerste opvalt. Het verkeer in de metropool Accra wringt zich moeizaam voort, ongelukken zijn er weinig. En is er een conflict tussen twee trotro-chauffeurs (de trotro is het rijk beschilderde, met passagiers volgestouwde minibusje dat het openbaar vervoer voor z’n rekening neemt), dan schreeuwen alle inzittenden mee. Om keihard in lachen uit te barsten als het verkeer weer in beweging komt.

Luidruchtig, kleurrijk, vrolijk maar ook vies: het afvalprobleem is een topprioriteit voor het stadsbestuur van Accra. Ook elders in het land schreeuwen milieuproblemen om oplossingen. De aanpak van dergelijke problemen ligt buiten het bereik van de traditionele leiders, de chiefs en subchiefs. Zij laten het graag over aan de formele autoriteiten, maar die hebben geen geld. Of als het er wel is, verdwijnt het nogal eens op onverklaarbare wijze. Men blijft er vrolijk onder.

Ghana is ook een veilig land. De criminaliteit is er een stuk minder dan in de buurlanden, mede omdat de sociale controle groot is. Vrouwen kunnen in Ghana veilig over straat. Niet dat z geen aandacht trekken, integendeel. De Ghanees is extravert en de huwelijksaanzoeken zijn niet van de lucht. Maar alles, bijna alles, valt met een grapje te pareren.

Traditioneel nemen vrouwen in de Ghanese matrilineaire samenleving een sterke positie in, zowel in de handel als achter de schermen in alle belangrijke familie- en clanaangelegenheden. De argeloze toerist op Accra’s grote Makola Market krijgt de volle laag van de indrukwekkende market queens, onder hun grote hoeden, met hun geld en hun mobieltje opvallend in het decolleté. Ook deze discussies eindigen onveranderlijk in onbedaarlijk gelach.

Hoe chaotisch het dagelijks leven in Ghana osms ook lijkt, het land zelf geldt al decennialang als een baken van stabiliteit tussen chaotische landen.

Ghana’s eerste president, de charismatische Kwame Nkrumah, leidde Ghana al in 1957 naar de onafhankelijkheid en werd daarmee de held van heel Afrika. In de daaropvolgende jaren maakten ook de meeste andere staten in Afrika bezuiden de Sahara zich los van hun voormalige koloniale overheersers. Met zijn streven naar Pan-Afrikanisme en een Afrikaanse Unie bleef Nkrumah een voortrekkersrol spelen; Ghana, the ‘Black Star of Africa’, was voor veel Afrikanen hét gidsland.

Dan bleef het niet. De problemen die zoveel Afrikaanse landen na de onafhankelijkheid teisterden, gingen aan Ghana niet voorbij. Nkrumah werd bij een militaire coup afgezet, waarna burgerregeringen en militaire junta’s elkaar in snel tempo afwisselden. In de jaren tachtig begon een nieuwe periode van stabiliteit. Vanaf 1992 kent Ghana alleen nog democratisch e gekozen regeringen; ook economisch ontwikkelde het land zich. Rond de eeuwwisseling volgde een soepele overgang van de regeringsverantwoordelijkheid naar de oppositie, die vier jaar later opnieuw de verkiezingen won. Ghana heeft hiermee zijn rol als Afrikaans gidsland terug. Zeker in de eigen, instabiele West-Afrikaanse regio is de positieve uitstraling van Ghana van groot belang.

De voornaamste bedreiging van Ghana’s stabiliteit is de groeiende kloof tussen arm en rijk, zowel in economisch als in politiek opzicht. Gevaarlijk is dat deze tegenstelling steeds meer langs etnisch/religieuze lijnen loopt, tussen de Ashanti en andere welvarende verwante groepen in het overwegend Christelijke zuiden, en de etnisch verdeelde, traditioneler ingestelde stammen op de savanne in het islamitische noorden. Soortgelijke tegenstellingen liggen aan de basis van de conflicten in buurlanden als Ivoorkust en Nigeria.

Ghana zou zijn rol als Afrikaans gidsland pas werkelijk waarmaken als het deze tegenstellingen succesvol weet aan te pakken. Kansen daarvoor zijn er genoeg.

 

Vlag

De groen-geel-rode vlag van Afrika’s oudste natie Ethiopië (de pan-Afrikaanse kleuren) vormde de basis voor de Ghanese driekleur. In Ghana staat groen voor de vruchtbaarheid van het land, geel voor de belangrijke delfstof goud en rood voor het bloed van de mensen die hun leven gaven voor de onafhankelijkheid.

De zwarte ster was het symbool van de ‘Terug naar Afrika’ beweging van de zwarte Amerikaanse leider Marcus Garvey (1887-1940). Met een schip van de door Garvey opgerichte Blac Star Shipping Line keerde Ghana’s eerste president Nkrumah in 1947 huiswaarts na een jarenlang verblijf in de VS en Engeland.

 

Samenleving

Ghana kent net als de meeste landen in West-Afrika een grote etnische en religieuze diversiteit. Relatief voordeel is dat niet één enkele etnische groep de absolute meerderheid heeft en zo zijn wil aan andere groepen kan opleggen.

Opvallend is dat de verschillen tussen de drie grote religies –Islam, Christendom en traditioneel geloof – niet vaak tot spanningen leiden. Anders dan in de buurlanden leven de religieuze gemeenschappen in Ghana vreedzaam naast elkaar. Wel zijn er grote verschillen tussen de verschillende stromingen in de Islam, evenals tussen de Christelijke denominaties onderling. Ook de traditionele religies verschillen zeer van stam tot stam.

De echte spanningen liggen op etnisch gebied. De vroegere overheersing door de Ashanti zit veel stammen in het noorden nog dwas. Dat bleek ook bij de verkiezingen van 2004; het noorden koos massal voor de oppositie. Net als de oostelijke Volta-regio waar de Ewe hun thuis hebben, de groep waartoe ex-presifent Rawlings behoort. De Ashanti en verwante groepen kozen juist voor president Kufuor. Overigens is het zogenaamde tribalisme een groot taboe in de Ghanese samenleving.

In Zuid-Ghana zijn de belangrijkste etnische groeperingen de Akan, de Ga-Adangbe en de Ewe. De etnische puzzel in Noord-Ghana is nog moeilijker te ontwarren. Taalwetenschapper Edward Hall wees in het verleden al op de grote dynamiek en uitwisseling tussen de taalgroepen onderling. Zo voorspelde hij dat het Ahanta in zuiwest-Ghana zal owrden verdrongen door het verwante Fanti. En hij constateerde dat sinds de onafhankelijkheid al talen volledig verdwenen zijn, met name in het noorden van de Volta-regio en in de buurt van Tamale in de Northern Region.

 

Beter af dan de rest van Afrika

Nog altijd moet bijna de helft van de Ghanese bevolking zien rond te komen van minder dan een euro per dag, de armoedegrens die de Verenigde Naties hanteert. Voglens veel wetenschappers zou die armoedegrens overigens eerder rond de twee dollar per dag moeten liggen, wat de groep dus alleen maar groter zou maken. Toch zijn de Ghanezen over het algemeen beter af dan veel andere Afrikanen. In de meeste staten in sub-Sahara Afrika is de bevolking slechter af als het gaat om zaken als onderwijsniveau en alfabetisme, gezondheidszorg en toegang tot schoon drinkwater.

In Ghana is het niveau van betaling erg laag, maar het dagleijks levensonderhoud is ook niet duur. Zolang men het bij de basisbehoeften houdt. Voor veel mensen valt daar ook benzine onder. De prijs daarvan werd na de verkiezingen begin 2005 weer verhoogd. Dat leverde woedende reacties van de vakbonden op en demonstraties van de oppositie. De benzineprijs vertaalt zich onmiddellijk in de transportkosten, en daarmee in de prijs van alle belangrijke levensmiddelen. Maar zelfs na de verhoging is de prijs van een volle tank lager dan in Ghana’s buurlanden, en nog niet de helft van wat we in Europa gewend zijn.

Het wettelijk minimumloon werd na veel onderhandelingen in maart 2005 vastgesteld op 13.5000 cedi per dag, iets meer dan een euro.

 

Gezondheidszorg

Op een aantal vlakken doet Ghana het (relatief) goed. De kindersterfte is bijvoorbeeld inmidels een stuk lager dan in de meeste Afrikaanse landen. Toch is de situatie in de gezondheidszorg alarmerend. Artsen en ander medisch personeel verlaten Ghana aan de lopende band, op zoek naar een beter inkomen in rijkere landen. Volgens een recent onderzoek betreft deze brain drain 80 procent van het pas afgestudeerde medisch personeel. Dat is een gigantische belasting voor Ghana.

Een soortgelijk probleem doet zich voor in het onderwijs. Er zijn te weinig onderwijzers en leraren, en dit gemis doet zich het meest voelen in de uithoeken van het land. ‘Zonder de Cubanen was ons ziekenhuisstelsel allang in elkaar geklapt’, zegt een verpleegsterin een plattelandskliniek in de Northern Region. Zij doelt op de honderden hoog gekwalificeerde artsen uit Cuba die sinds decennia de gezondheidszorg draaiende houden in de arme regio’s. Velen van hen spreken nauwelijks engels als ze voor een aantal jaren in Ghana ontwikkelingswerk komen doen. Ook zijn er nog steeds Nederlandse artsen werkzaam in Ghana, uitgezonden door organisaties als Memisa. Maar daar is ook kritiek op: ‘Een Nederlandse dokter uitzenden naar Ghana is vredelijk duur’, zegt Stephen Akanga, een KNO-arts die verbonden is aan het academisch ziekenhuis Korle-Bu in Accra. ‘Natuurlijk zijn de Nederlandse artsen welkom en ze doen heel goed werk. Maar het levert wel jaloezie op bij ons, als Afrikaanse collega’s. Wij willen allemaal graag in een plattelandsziekenhuis werken als daar zoveel tegenover staat: een huis met airco, een goede auto, satelliet-tv. En een hoog salaris. Ik veriden hier ook maar een paar honderd euro per maand, in het beste ziekenhuis van Ghana. Van het salaris van een Europese arts en al hun faciliteiten zou je tien, misschien twintig Ghanese artsen goed kunnen betalen. Zo zorg je dat de medici blijven en dat ze hier meer verdienen als taxichauffeur in New York.’ Het vraagstuk van de salarissen speelt niet alleen in de zorg, maar ook in sectoren als het onderwijs, de ICT-sector en de mijnbouw.

‘Arme mensen worden vaker getroffen door ziektes en ze kunnen zich er moeilijker tegen beschermen. Ze hebben ook vaak geen geld voor medicijnen. Patiënten met malaria die echt geen geld hebben, helpen wij gratis,’ zegt Comfort Armah, verpleegster aan de Mamprobi Kliniek in Accra. ‘Malaria is een groter probleem in Ghana dan aids;  er gaan meer mensen aan dood, vooral op het platteland. Maar er komt nu een campagne aan met gratis muskietennetten voor baby’s en schoolkinderen. Ook diarree is een groot probleem. Door het slechte drinkwater sterven veel kinderen aan dysenterie of uitdroging.’

 

Ongelijk onderwijs

Ghana dankste zijn rol als gidsland in Afrika mede aan het relatief goede onderwijssysteem. Een kleine elite aan de kust profiteerde hiervan al vóór de Britse koloniale overheersing.  Deze met de Europeanen samenwerkende  handelsbourgeoisie zorgde voor de eerste scholen. Later werd er ook door de Britten veel geïnvesteerd in het onderwijsstelsel van de Goudkust. Onder Nkrumah, Ghana’s eerste president na de onafhankelijkheid, was het basisonderwijs officieel gratis en universeel. En in theorie is het dat nog steeds. De aloude elitescholen nemen in Ghana een belangrijke positie in. Ze staan vooral in Accra en in Cape Coast; hier laten Ghana’s rijden hun kinderen studeren. Een bekend voorbeeld is Mfantsipim School, een jongensschool die in 1976 door de methodisten werd opgericht. Veel ministers hebben hier gestudeerd. Kofi Annan, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, is de bekendste leerling; bij ieder bezoek aan zijn vaderland komt hij even op bezoek. Eveneens in Cape Coast staat de beste meisjesschool van het land, Wesley Girls High School. In Ghana is het gebruikelijk dat de Old Boys en Old Girls, dus de oud-leerlingen, een band met hun vroegere kostschool behouden en financieel bijdragen.

Voor gewone Ghanezen zijn de beroemde scholen niet weggelegd, het is simpelweg te duur. Dat ligt niet aan het schoolgeld dat officieel voor iedereen gelijk is, maar aan de extraatjes die aan de studenten worden opgelegd.

 

Een Ghanese volksaard?

De bezoeker valt in Ghana onmiddellijk een aantal dingen op, ongeacht waar hij of zij het land binnenkomt. Je ziet dat de traditie onder alle etnische groepen in ere wordt gehouden, terwijl men tegelijkertijd openstaat voor de modernste technologie. Hoe groot ook de verschillen in traditie, de Ghanees straalt altijd levenslust, vrolijkheid en ondernemingszin uit. Nieuwsgierigheid, gekoppeld aan een zekere trots, een zelfbewustzijn. En een grote gastvrijheid. Je bent bij vrijwel iedere Ghanees welkom en de risico’s om op een uitnodiging in te gaan zijn relatief klein.

Er is dus zeker sprake van een eigen Ghanese volksaard. Nieuwe ontwikkelingen worden verwelkomd. De traditie is zo sterk, dat die er toch niet door wordt bedreigd. Er zijn dorpen waar de eerste televisies al waren aangeschaft, nog voor de elektriciteit was aangelegd. Het mobieltje is inmiddels opgerukt tot in alle uithoeken van het land. En ook de internetcafé’s ontwikkelen zich snel. Accra huisvest de grootste internetfaciliteit van Afrika, Busy Internet, met honderden computers en andere communicatiemogelijkheden. Maar overal in Accra zijn de internetcafés te vinden; zelfs een arme wijk als Nima herbergt er tientallen, voor een relatief lage prijs. Inmiddels rukt het internet gebeuren op naar de regio’s, het zal niet lang duren voor ieder groot dorp via het net verbonden is.

 

Muziek en dans

Muziek en dans weerspiegelen de etnische diversiteit van Ghana, de Black star. Iedere bevolkingsgroep heeft zijn eigen uitingsvormen ie van generatie op generatie worden overgegeven. En men is er verschrikkelijk trots op. Er bestaat geen enkele gene om zich in het openbaar mee te laten slepen door de drums om zich dansend uit te leven. De kerken hebben dit dankbaar opgepikt. Maar ook elders worden nieuwe trends gretig nagevolgd en ontwikkeld tot een geheel eigen stijl.

Het hele jaar door zijn er overal in Ghana traditionele festivals waar alles op het gebied van dans en muziek uti de kast gehaald wordt. Aanleiding is vaak de opening van het oogstseizoen (yam-festival) of van het visseizoen (met regatta van visserboten). Bezoekers worden steevast hartelijk welkom geheten.

Een nader kleurrijk schouwspel zijn de takrijke begrafenissen in het weekend. De familie spant zich hiervoor enorm in want ‘je begrafenis is het grootste feest van je leven’. Bekend zijn de fraaie doodskisten waar Ghanezen de voorkeur aan geven. Zo werd de verongelukte hiplife artiest Jerry Bonchaka door duizenden fans uitgeleide gegaan in een kist in e vorm van een levensgrote microfoon.

 

Cultureel gidsland?

In de ogen van de Ghanezen is hun land ook op cultureel gebied gidsland. Daarbij wordt verwezen naar het zelfbewustzijn op het gebied van traditionele kleding en architectuur, muziek, maar ook eetgewoonten. ‘Natuurlijk is onze fufu en onze banku het beste’. Hoewel buitenstaanders lang niet altijd gecharmeerd zijn van de gestampte Ghanese pot van maïs, yam, cassave of bakbanaan.

Hetzelfde geldt voor de filmsector. Natuurlijk zijn de Nigeriaanse films ook in Ghana populair, maar een productie van eigen bodem is helemaal je van het. Zondagavond is het leeg op de straat in de buurten van Accra waar iedereen naar een Ghanese film op tv zit te kijken. Maar buiten Ghana kunnen de films en soapseries op weinig waardering rekenen.

In andere kunstsectoren scroot Ghana internationaal beter. De boeken van ama Ata aidoo worden door heel Afrika gelezen. De straatschilders, met hun grote felrealistische werken, zijn ook in Europa erg populair. Kwame Akoto uit Kumasi, bijgenaamd Almighty God, is een goed voorbeeld van een autodidact die internationaal is doorgebroken.

Ghanese beeldende kunstenaars spreken eveneens tot de verbeelding. Kofi Setordji is zo iemand, die zich met zijn genocidenproject tot de nieuwe Afrikaanse artistieke elite mag rekenen.

 

Traditioneel geloof basis van bestaan

Officieel wordt de helft van de Ghanese bevolking geclassificeerd als ‘Christelijk’. En een kwart als ‘Moslim’, percentages die overigens met ieder nieuwe onderzoek op en neer vliegen. De rest van de mensen wordt geclassificeerd als ‘overig’, of als aanhanger van ‘traditionele’ of ‘natuurgodsdiensten’.

Feit is dat met name de charismatische protestantse kerken de laatste jaren sterk aan invloed winnen. De grote Amerikaanse financiële hulp uit allerlei particuliere fondsen zal hier zeker debet aan zijn. Veel mensen zien de hallelujah-kerken als hun thuis. ‘In het zuiden van Ghana brengt zeker een kwart van de mensen een kwart van de tijd in de pinkstergemeenten door,’ sprak prof. Amoa Sekye, voorzitter van de Nationale Aids Commissie van Ghana bij de opening van het opvangcentrum voor HIV-positieven. ‘Het wordt tijd dat deze kerken ook eens aan aids-voorlichting gaan doen!’

De meer traditionele kerken (katholiek, presbyteriaans, anglicaans, methodistisch) lopen hier duidelijk voorop; zij zijn iets meer maatschappelijk georiënteerd. En ook de chief imam en andere moslimleiders zijn heel actief in de aids-voorlichting onder hun volgelingen, waarbij in Ghana steeds weer de ABC-formule voorop staat: de A voor abstain, onthoud je; zo niet dan de B voor be faithful: wees je partner trouw. Lukt dat ook niet dan is er de C: gebruik een condoom. Veel Ghanezen plakken daar zelf nog een D aan vast: doe je dat niet dan ga je dood.

Het is opmerkelijk hoe met name de katholieke kerk omgaat met de ABC-dormule. Hoewel de kerk het gebruik van condooms officieel verwerpt wordt er in Ghana nauwelijks een probleem van gemaakt. Het is deze relaxte houding die we ook elders in de samenleving tegenkomen. Natuurlijk zijn seks en aids-preventie in Ghana taboes; je praat er gewoon niet over. Maar als het dan moet, als de situatie erom vraagt, dan doe je het toch maar. Het probleem was op deze wijze in Ghana eerder en gemakkelijker bespreekbaar dan in Ghana’s buurlanden. En dat lijkt dan ook de reden te zijn dat de HIV-infecteringsgraad van 4 procent in Ghana aanzienlijk lager is dan in buurlanden als Ivoorkust, Togo, Nigeria of Kameroen.

Ook al geeft bij enquetes slechts een minderheid aan tot het traditioneel geloof te behoren, feit is dat dit geloof nog steeds de basis van het bestaan vormt voor iedere ghanees, jong of oud, hoog of laag, intellectueel of niet. Christeljk en mohammedaans geloof vormen eerder een aanvulling daarop, soms zelfs niet meer dan een vernisje. Over iedere beleidsdaad van de regering wordt de zegen van een traditionele leider of priester gevraagd, naast die van God.

Het traditionele geloof is dus zonder twijfel ook een belangrijke leidraad voor het dagelijks handelen van de gemiddelde ghanese staatsburger. Maar ook dit geloof komt voor in vele vormen.